Hulp bij zelfdoding

Hulp bij zelfdoding valt onder dezelfde regels als euthanasie: alleen een arts mag hulp bij zelfdoding geven en alleen onder strikte voorwaarden.

Hulp bij zelfdoding

Hulp bij zelfdoding kan alleen worden gegeven door een arts, als er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden en de patiënt een vrijwillig en weloverwogen verzoek gedaan heeft. Arts en patiënt kunnen tot de keuze voor hulp bij zelfdoding komen als ze ervan overtuigd zijn dat er voor de situatie geen redelijke andere oplossing is. Ook moet ten minste één andere, onafhankelijke arts tot die conclusie komen. Levensbeëindiging op verzoek is in Nederland strafbaar, tenzij een arts zich houdt aan de zorgvuldigheidseisen die in de wet zijn opgenomen. In de euthanasiewet leest u hoe het juridisch precies in elkaar zit.

Bij hulp bij zelfdoding neemt de patiënt zelf, in bijzijn van de arts, een dodelijke drank in. De arts is aanwezig om het middel persoonlijk te overhandigen. Hij blijft bij de patiënt tot de dood is ingetreden. Als het drankje niet binnen redelijke tijd de dood tot gevolg heeft, moet de arts alsnog een dodelijke injectie geven.

Bij euthanasie dient de arts via een injectie of een infuus een middel toe dat de patiënt in een diepe bewusteloosheid brengt. Daarna wordt een spierverslapper toegediend waardoor de ademhalingsspieren verlammen en de dood intreedt.

Net als bij euthanasie moet de arts de hulp bij zelfdoding melden bij de gemeentelijke lijkschouwer.

 

Over de NVVE

De NVVE is er voor iedereen die waardig wil sterven. Wij willen een optimale uitvoering van de euthanasiewet, vooral voor groepen die in de praktijk geen hulp krijgen, zoals mensen met dementie, chronisch psychiatrische patiënten en ouderen die vinden dat hun leven voltooid is.

Het Adviescentrum van de NVVE staat altijd voor zijn leden klaar. Wij zijn op werkdagen tijdens kantooruren bereikbaar voor al uw vragen over het (naderend) levenseinde.

Lees verder