Vorig najaar kreeg de 45-jarige Martijn euthanasie. Zijn ouders, Han en Liesbeth*, accepteerden en respecteerden zijn doodswens. Echt begrijpen zullen ze het nooit. ‘Dat kan ook niet. Hij was een psychiatrisch patiënt.’

Martijn is 21 als hij na een zelfmoordpoging wordt opgenomen in een psychiatrische instelling.
Tot een duidelijke diagnose komt het niet. ‘Ze hebben alle laatjes opengetrokken, maar Martijn paste nergens in’, zegt Han.

De opname maakt zijn ouders in ieder geval duidelijk dat Martijn een psychiatrisch patiënt is. In de jaren erna worstelde hij steeds meer met zijn onvermogen om zijn leven vorm te geven. Liesbeth: ‘Tijn kon ontzettend lief en sociaal zijn, maar ook enorm zwartgallig. Dan belde hij me en zei ik na een kwartier: “Jongen, ik ga ophangen, want hier in de kamer is een groot zwart gat ontstaan waarin ik verdwijn als ik me niet aan de muur vasthoud." Als ik hem later belde, had hij soms de hele nacht liggen huilen. Ik heb het los moeten laten.’

Han: ‘Voor Martijn was iets zwart of wit. Grijstinten kende hij niet.’ Liesbeth: ‘Hij leefde in een lachspiegelwereld: die leek wel op die van ons, maar was niet dezelfde. Dat zei hij ook: “Ik pas niet in de wereld en de wereld past niet bij mij.”’

Eindelijk rust

In januari 2018 zijn Han en Liesbeth in Curaçao als Martijn belt. Liesbeth: ‘Hij had een besluit genomen waar hij zo content mee was dat hij ons móést bellen, ook al waren we op vakantie: hij ging om euthanasie vragen. “Dan heb ik eindelijk rust”, zei hij. Ik hing op en zei tegen Han: “Hij heeft weer iets bedacht.” Han: ‘Want dat gebeurde wel vaker.’ Liesbeth: ‘Maar hier heeft hij echt zijn tanden in gezet.’

Zijn huisarts steunt en begeleidt hem intensief, maar wil niet meewerken aan euthanasie. Zij verwijst hem naar het Expertisecentrum Euthanasie. Met de psychiater en verpleegkundige voert hij in de loop van dat jaar en het daarop volgende urenlange gesprekken. In september van 2019 wordt zijn euthanasieverzoek ingewilligd. Han: ‘En nog steeds dachten wij: eerst zien en dan geloven.’ Liesbeth: ‘Een week voor de datum heb ik het hem op de man af gevraagd: “Ga je dit echt doen, het ís nogal wat.” Ja, hij ging het doen, zei hij. Om eraan toe te voegen: “Maar het is nog geen woensdag, hè.” Tegelijkertijd weet ik zeker dat hij zelfmoord had gepleegd als hij geen euthanasie had gekregen.’

Surrealistisch

Martijn wil graag sterven op de dag dat hij 16.500 dagen oud wordt. Maar gaande het proces heeft hij het plan opgevat zijn organen te doneren. Op die manier heeft zijn leven nog enig nut, vindt hij. Voor een donatie moet de euthanasie in een ziekenhuis plaatsvinden en dat blijkt lastig. Geen ziekenhuis wil meewerken.

Liesbeth: ‘Hij voelde zich zo afgewezen en boos. En wij ook. Hoe is het mogelijk dat er in Nederland een tekort aan donoren is en dat zijn organen worden geweigerd?! Orgaandonatie was zowel voor hem als voor ons een troost.’

Uiteindelijk verklaart het Universitair Medisch Centrum Maastricht zich bereid de orgaandonatie uit te voeren. De datum voor de euthanasie moet daardoor met twee weken worden uitgesteld. Liesbeth: ‘Dat is hem ontzettend zwaar gevallen. Hij zei vaak: “Mam, ik had er al niet meer hoeven zijn. Ik kán gewoon niet meer, ik ben op.”’

Als Martijn uiteindelijk zijn langverwachte en innig gewenste euthanasie krijgt, houden Han en Liesbeth hem vast tot de artsen hem doodverklaren. Liesbeth: ‘Zo surrealistisch. Het is je kind, dat je geboren hebt laten worden. Vlak voordat hij het dormicum kreeg, keek hij ons aan en zei: “Het is goed zo.” Dus ís het dat ook. Het was zíjn leven. Hij was een volwassen 45-jarige man die autonoom zijn eigen beslissing heeft genomen.’

Martijnenufo.jpg

Kruisje

Begrijpen zullen ze die beslissing dus niet, accepteren doen ze het des te meer. Han: ‘We hebben altijd als een soort bezemwagen achter hem aangelopen. Wij hebben hem gewoon begeleid op zijn pad.’ Liesbeth: ‘Hij was ons zorgenkind. We hebben hem geholpen en beschermd waar we maar konden, omdat hij niet toereikend was voor het leven. Ik heb me wel eens afgevraagd: hoe kan hij ons dit aandoen? Maar ja, hoe kan ik het hém aandoen dat hij moet blijven leven als hij dat niet wil? Het is zo dubbel. Uiteindelijk kun je niet anders dan náást hem blijven lopen. Ik ben blij dat we dat hebben kunnen opbrengen en trots op de manier waarop hij zijn leven heeft afgerond. Hij is open en eerlijk naar ons toe geweest en wij naar hem. We zijn het laatste jaar dichter bij elkaar gekomen dan ooit.'

'Zijn dood heeft hem rust geschonken en hij heeft óns rust geschonken. Laatst zeiden we nog tegen elkaar: we hebben het goed. Ieder huisje heeft zijn kruisje. Tijn was dat van ons. Geleidelijk hebben we geleerd daarmee om te gaan. Ik zou nooit met het kruisje van een ander huisje willen ruilen.’

* Han en Liesbeth respecteren de wens van hun zoon om hun achternaam niet openbaar te maken.


Han en Liesbeth

Ontvang onze nieuwsbrief

We gebruiken cookies en andere technieken om uw bezoek aan onze site beter en makkelijker te maken. Maar dat betekent ook dat wij en andere partijen zoals Google meer over uw internetgedrag te weten komen dan u misschien fijn vindt.
Wilt u weten wat precies, kijk dan op onze 
Privacy- en cookieverklaring. En u mag natuurlijk altijd nee zeggen tegen cookies: dan werkt de site soms wat minder goed.