Acht jaar achter lang schreef de moeder van Aad Robeerst haar huisarts ieder jaar een briefje, waarin ze vroeg of ze ‘alsjeblieft’ mocht sterven. Op 17 september 1998 hielp hij haar. Robeerst, zijn twee zussen en zijn vrouw waren er erg van onder de indruk.

‘Mijn moeder was 92 jaar toen ze overleed. Ze was een intelligente vrouw, maar haar leven werd beheerst door de Tweede Wereldoorlog. Geen van haar verwachtingen heeft zij kunnen waarmaken. De inwoners van Rotterdam kregen eerst het bombardement van 14 mei 1940 over zich heen. De overlevenden, die alles hadden verloren, konden toen nog nieuwe spullen kopen.

Maar er was ook nog een “vergeten” bombardement. Op 23 maart 1943 was er een aanval van de geallieerde luchtmacht op de havens. Dat ging helemaal mis. Bij het luchtalarm stopte een tram vlakbij ons huis. Alle passagiers vluchtten de winkels in, die hadden een souterrain achterin de zaak.

Onze huizen werden zwaar getroffen. Mijn moeder en ik werden door de benedenbuurman naar buiten getrokken, maar de mensen achterin de winkels zaten opgesloten. Zij zijn allemaal levend verbrand. Het doordringende gegil heeft mijn moeder nooit meer kunnen vergeten. Deze verschrikking heeft haar hele leven beïnvloed.

Eet smakelijk

In haar laatste levensfase verslechterden haar gehoor en gezichtsvermogen snel als gevolg van een erfelijke afwijking. Ze was bijna blind en doof. Haar verstand was tot het einde vlijmscherp. Ze wilde graag van alles op de hoogte blijven, maar dat lukte door haar beperkingen niet meer.

Ze werd opgenomen in een verzorgingshuis, waar de verzorging helaas niet al te best was. Vijf weken niet douchen kwam regelmatig voor, terwijl zij van zichzelf zo schoon was. Toen zij eens na een val met drie gebroken ribben in bed lag, zette een verzorgende haar middagmaal op tafel en verdween met een: eet smakelijk. Mijn moeder was te trots om op de knop te drukken, dus toen mijn zus om een uur of vier op bezoek kwam, stond het eten nog steeds op tafel.

Aad_Robeerst2.jpg

Bijzondere ervaring

Verstoken van nieuws trok zij zich steeds meer terug. Acht jaar lang schreef zij ieder jaar een briefje naar haar huisarts. Of zij alsjeblieft naar Onze Lieve Heer mocht. Dat mocht uiteindelijk in september 1998*. Wij, mijn oudere zus, jongere zus en mijn vrouw waren erbij.

Vooraf praatte ze, zoals zo vaak, druk over de oorlog en het bombardement. Tegen de arts zei ze: “U gaat toch niet naar de gevangenis dokter? Want dan doe ik het niet.” De dokter stelde haar gerust, alles was goed geregeld. Zij heeft afscheid genomen en is snel overleden. Wij zaten rondom haar en zagen dat het goed was. Ze was aan het einde van haar geestelijke lijdensweg.

Het was een zeer bijzondere ervaring, we waren erg onder de indruk.’

* De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding werd in 2002 van kracht. Voor die tijd werd actieve levensbeëindiging door een arts meestal wel gedoogd.


Aad Robeerst

Ontvang onze nieuwsbrief

We gebruiken cookies en andere technieken om uw bezoek aan onze site beter en makkelijker te maken. Maar dat betekent ook dat wij en andere partijen zoals Google meer over uw internetgedrag te weten komen dan u misschien fijn vindt.
Wilt u weten wat precies, kijk dan op onze 
Privacy- en cookieverklaring. En u mag natuurlijk altijd nee zeggen tegen cookies: dan werkt de site soms wat minder goed.