Orgaandonatie na euthanasie kan vaker dan gedacht. Het komt echter nog niet veel voor. 

Wat is orgaandonatie?

Bij orgaandonatie wordt een orgaan (of weefsel) afgestaan aan iemand bij wie dat orgaan niet of onvoldoende functioneert. Meestal gebeurt dit na het overlijden van de donor, maar orgaandonatie kan ook plaatsvinden als de donor nog in leven is.

Orgaandonatie gebeurt alleen als de persoon daar toestemming voor heeft gegeven. Vanaf 1 juli 2020 gaat de nieuwe donorwet in. Die bepaalt dat deze toestemming verondersteld mag worden. Alleen als je aangeeft dat je géén donor wil zijn, is er geen sprake van toestemming.

De mogelijkheid van orgaandonatie is wettelijk geregeld sinds 1996. De combinatie van orgaandonatie met euthanasie is een betrekkelijk nieuwe procedure in Nederland. Het komt ook niet vaak voor. Van 2012 tot en met 2018 zijn er 47 casussen bekend. Dit is onder andere te wijten aan het feit dat kanker een uitsluitingscriterium is.

Is orgaandonatie ook mogelijk na euthanasie?

Dat hangt af van de ziekte, medische conditie en de conditie van de organen van de persoon die orgaandonatie overweegt. Over het algemeen mag een orgaandonor niet ouder zijn dan ongeveer 75 jaar. Bij een weefseldonor ligt de leeftijdsgrens rond de 86 jaar. De persoon mag geen kanker hebben (een paar specifieke vormen daargelaten). Ziekten aan het zenuwstelsel, zoals MS, ALS en Parkinson, vormen in principe geen belemmering voor orgaandonatie. In die gevallen kunnen mogelijk nieren, longen, lever en alvleesklier worden gedoneerd. Ook huid, bloedvaten, hartkleppen, bot-, kraakbeen- of peesweefsel kunnen soms gedoneerd worden.

Hoe gaat orgaandonatie na euthanasie in de praktijk? 

Om organen te kunnen transplanteren is het van belang dat ze zo snel mogelijk na het overlijden uit het lichaam worden genomen. Dat betekent dat de persoon dus niet in zijn eigen vertrouwde omgeving thuis kan sterven. Hij/zij en diens naasten gaan naar een aparte kamer in het ziekenhuis. Daar kan rustig afscheid worden genomen, waarna de huisarts de euthanasie zal uitvoeren.

Nadat het overlijden is vastgesteld, wordt het lichaam direct naar de operatiekamer gebracht. Het uitnemen van organen duurt twee tot vier uur. Omdat euthanasie een niet-natuurlijke dood is, moet een forensisch arts een lijkschouw doen. Daarna geeft de officier van justitie toestemming om het lichaam vrij te geven. De rest van het proces is hetzelfde als bij een natuurlijk overlijden. De orgaandonatie heeft geen gevolgen voor de begrafenis of crematie en vertraagt dat proces ook niet.

Nuttige links

Veel gestelde vragen

  • Wat is het verschil met orgaandonatie na een 'gewoon' overlijden?

    Dat weet Han Mulder. Hij is huisarts in Dalfsen en voorzitter van de commissie die de richtlijn Orgaandonatie na euthanasie (ODE) opstelde. Hij zegt: 'Euthanasie en orgaandonatie zijn twee losstaande en complexe procedures, die samengevoegd moeten worden. Daar zijn veel partijen bij betrokken en die willen het allemaal goed doen. Vooral dat is het ingewikkelde eraan. Bij een reguliere donatie ligt de patiënt, meestal na een ongeluk, bewusteloos in het ziekenhuis wanneer wordt besloten dat voortzetting van de behandeling geen zin meer heeft. Bij donatie na een euthanasie is de patiënt – meestal in nauw overleg met zijn naasten – er vaak al langer mee bezig en heeft hij tot op het laatst de zeggenschap.'
  • Als iemand zijn organen wil doneren, wanneer en bij wie moet hij dat kenbaar maken?

    Bij de arts aan wie u het euthanasieverzoek hebt gedaan. Meestal is dat uw huisarts. Hij moet ook waken over de zorgvuldigheid van het proces. Het is goed uw wens tijdig kenbaar te maken zodat de (huis)arts de tijd heeft om de procedure in gang te zetten. Samen met een transplantatiecoördinator moet hij voorbereidingen treffen. Hij meldt u aan bij een ziekenhuis, dat een medisch specialist aanwijst die als schakel tussen uw huisarts, transplantatiecoördinator en ziekenhuis fungeert. Deze specialist zorgt ervoor dat de orgaandonatie na uw euthanasie mogelijk is.
  • Wat moet er verder gebeuren?

    Om te weten of uw organen geschikt zijn voor transplantatie, is onderzoek nodig. Er wordt altijd een uitgebreid bloed- en urineonderzoek gedaan. Dat kan thuis. De transplantatiecoördinator bekijkt of er voldoende informatie is of dat extra onderzoek nodig is. Als dat laatste het geval is, dan gebeurt dat in de dagen voorafgaand aan de euthanasie. U moet daarvoor naar het ziekenhuis. Vindt u dat te belastend, dan kunt u ervan afzien. Dat kan wel tot gevolg hebben dat sommige organen bij voorbaat zijn uitgesloten van donatie. Uit het vooronderzoek kan ook blijken dat niet al uw organen voor donatie geschikt zijn.
  • Wat als iemand de euthanasie nou toch heel graag thuis wil?

    Dit is in het voorjaar van 2017 voor het eerst gedaan, bij een 40-jarige ALS-patiënt van huisarts Mulder. 'Meteen toen hij de diagnose had gekregen, drie jaar daarvoor, gaf hij aan dat hij nog iets goeds wilde doen met zijn zieke lichaam. Maar hij wilde thuis inslapen en niets met het ziekenhuis te maken hebben.' 
    Mulder overlegde met het Isala Ziekenhuis in Zwolle en andere partijen. Samen kregen ze het voor elkaar dat het precies ging zoals de patiënt het had gewenst: hij viel thuis in de armen van zijn moeder in slaap, werd door anesthesioloog-intensivist Sonneveld en Mulder in een ambulance naar het ziekenhuis gebracht, waar de euthanasie werd afgerond. Daarna werd de orgaandonatie uitgevoerd. Vier uur later bracht de begrafenisondernemer het lichaam naar huis, waar de familie het rouwproces kon voortzetten.
    De procedure van deze casus (Orgaandonatie na euthanasie thuis, ODET, genoemd) werd door Mulder en Sonneveld beschreven in een medisch tijdschrift. De procedure wordt nu geëvalueerd, zij is nog geen onderdeel van de ODE-richtlijn.
  • Wat gebeurt er als de procedure reeds in gang is gezet maar de persoon wil er op het laatste moment van af zien, kan dat dan nog?

    In de ODE-richtlijn staan allerlei aanbevelingen om de autonomie en vrijwilligheid van de patiënt te waarborgen. Er staat in dat het belangrijk is dat de patiënt te allen tijde zijn besluit voor euthanasie, orgaandonatie of de combinatie kan intrekken en dat hij zich daar op geen enkele manier bezwaard over mag voelen. De (huis)arts of anderen mogen dus op geen enkele manier druk op u uitoefenen. De (huis)arts die de euthanasie uitvoert, moet er tijdens het hele proces op toezien dat uw autonomie en uw vrijwilligheid zijn gegarandeerd.

Orgaandonatie na euthanasie

Ontvang onze nieuwsbrief

We gebruiken cookies en andere technieken om uw bezoek aan onze site beter en makkelijker te maken. Maar dat betekent ook dat wij en andere partijen zoals Google meer over uw internetgedrag te weten komen dan u misschien fijn vindt.
Wilt u weten wat precies, kijk dan op onze 
Privacy- en cookieverklaring. En u mag natuurlijk altijd nee zeggen tegen cookies: dan werkt de site soms wat minder goed.