In de Week van de Euthanasie plaatsen we elke dag een gesproken column. Onze gastcolumnist van vandaag is voormalig verpleeghuisarts Marinou Arends. Zij verleende euthanasie aan een diepdemente patiënt, werd aangeklaagd voor moord maar later door de Hoge Raad vrijgesproken. In haar column Waarom die huiver doet zij vanuit die ervaring een ferme oproep.


Waarom die huiver?

Sinds er afgelopen jaren vijf zorgvuldige artsen door een overactief OM met het strafrecht in aanraking gekomen zijn, weten artsen wat hun te wachten staat wanneer er de geringste twijfel is aan de zorgvuldigheidseisen. Dat heb ik zelf ervaren. Ik gun het geen enkele collega. De Hoge Raad heeft in april 2020 alle onzekerheid omtrent de schriftelijke wilsverklaring bij dementie weggenomen en de RTE heeft de EuthanasieCode 2018 aangepast aan deze uitspraak. Niets staat artsen meer in de weg om een schriftelijk euthanasieverzoek uit te voeren. 

Of zijn er toch nog hindernissen? Dementie is een afschuwelijke ziekte. Het besef geestelijk achteruit te gaan en uiteindelijk alle greep op je leven te verliezen moet vreselijk beangstigend zijn: te weten dat je rond zult dolen over een afdeling, verdwaald in dementie, dat moet een ontzettend perspectief zijn. 

Artsen zijn bereid om euthanasie te verlenen zolang iemand er zelf nog om kan vragen. Maar het wordt een heel ander verhaal, wanneer de wilsbekwaamheid is gaan wankelen, verloren is gegaan en iemand niet meer weet wat hij wil. Er zijn nogal wat artsen, die dan terugdeinzen voor euthanasie. 

Vaak valt het lijden in de laatste stadia van dementie mee. Er is alleen nog het hier en nu. Met lieve verzorgenden in een dementievriendelijke omgeving is het leven vaak nog best leefbaar, hoe onvoorstelbaar dat eerder ook leek. Dat verdwijnen van het lijden is dan ook de volgende hindernis voor euthanasie. Er zal geen arts te vinden zijn die euthanasie wil verlenen als iemand niet overduidelijk lijdt, omdat dan niet voldaan is aan de zorgvuldigheidseisen.

Maar soms is het lijden bij vergevorderde dementie evident en onoplosbaar. Je ziet intens verdriet, frustratie, radeloosheid, angst. Op grond van een schriftelijk euthanasieverzoek kan en mag hier euthanasie verleend worden. Sinds de uitspraak van de Hoge Raad is dit onomstreden. Het is aan de arts om de wilsverklaring te interpreteren en het lijden te beoordelen. De patiënt hoeft het verzoek niet mondeling te bevestigen, wanneer hij dat niet meer kan.

 Een vergelijking. In Nederland is het niet meer nodig dat je als kankerpatiënt ondraaglijk lijdt. Er is uitstekende palliatieve zorg en wanneer die ontoereikend is, is er euthanasie. Als arts laat je je patiënt nu eenmaal niet in de steek. Ook dementie is een dodelijke ziekte die met ondraaglijk lijden gepaard kan gaan. Als arts is het onze taak om lijden te lenigen.           

Wat maakt dat artsen anders staan tegenover euthanasie bij dementie dan bij kanker? Hun huiver om iemand te doden die dat niet meer beseft? Waarom overwint een arts zijn huiver niet wanneer hij een diep demente patiënt ziet lijden? Is dat een legitieme reden om een ondraaglijk lijdende mens in de steek te laten, misschien wel voor 5 of 10 jaar? 

Ik roep mijn collega-artsen dan ook op om in alle eerlijkheid bij zichzelf te rade te gaan of zij niet tóch die euthanasie kunnen verlenen. Dit in het belang van de ondraaglijk en uitzichtloos lijdende, diep demente patiënt. 

 

Wilt u meer weten over de (on)mogelijkheden van euthanasie bij dementie? Schrijf u in voor een digitale lezing 


Week van de Euthanasie: column Marinou Arends

Ontvang onze nieuwsbrief

We gebruiken cookies en andere technieken om uw bezoek aan onze site beter en makkelijker te maken. Maar dat betekent ook dat wij en andere partijen zoals Google meer over uw internetgedrag te weten komen dan u misschien fijn vindt.
Wilt u weten wat precies, kijk dan op onze 
Privacy- en cookieverklaring. En u mag natuurlijk altijd nee zeggen tegen cookies: dan werkt de site soms wat minder goed.