Op maandag heb ik een goed gesprek met een van de deelnemers uit het programma van Hollandse Zaken, waarin het item zat over echtparen die samen uit het leven stappen. Als kersverse directeur hoorde ik dat de zoon van een van de stellen kritisch was over onze organisatie en teleurgesteld over de informatievoorziening destijds en het gebrek aan begeleiding dat zij hebben ervaren.

Week 42 - Leren van het verleden

Betere dienstverlening aan de leden
Ik was daarom blij dat hij inging op mijn uitnodiging om zijn verhaal te horen om te vernemen wat er destijds niet goed is gegaan en hoe we dat in de toekomst beter kunnen doen. Na afloop van het gesprek waren we beiden verheugd dat we het verleden achter ons konden laten en heeft hij zijn medewerking toegezegd aan een sessie over dit onderwerp op de Wereldconferentie in mei 2016. Daar ben ik erg blij mee. Het is voor mij na dit gesprek helder wat er mis is gegaan en heb er ook munitie aan over gehouden om de dienstverlening aan onze leden verder te verbeteren.

In gesprek met de leden
Op dinsdag reis ik naar de regiobijeenkomst in Alphen aan de Rijn, waar weer een levendige uitwisseling plaatsvindt aan de hand van de presentaties van Angela en Wiek, beide actieve leden van onze Sprekersdienst. De vrijwilligers van deze dienst spreken elke maand op een groot aantal bijeenkomst over de euthanasiewet en wat daar allemaal bij komt kijken. De bijeenkomsten worden gecoördineerd door Karina. Tijdens de pauzes en na afloop van de bijeenkomst komen er altijd veel mensen op je af met persoonlijke ervaringen en vragen omtrent specifieke situaties. Boeiend om als directeur direct met onze leden daarover in gesprek te zijn.

Zelfeuthanasie
Op woensdag maak ik kennis met Boudewijn Chabot, een van de vaandeldragers van zelfeuthanasie. Op mijn tafel liggen alle boeken die hij inmiddels heeft geschreven over dit onderwerp euthanasie, ik weet niet of ik alles compleet heb, maar het zijn er vijf. Met Boudewijn kijk ik ook terug op het verleden en hoor ik met belangstelling zijn visie aan op het onderwerp. We constateren dat we over veel zaken hetzelfde denken, maar bij het punt van de autonome route misschien nog een keer verder moeten praten. De stelling van Boudewijn is dat deze er feitelijk al is en deze route goed werkt. Ik betrek de stelling dat ik me wil inspannen om het volstrekt legaal te willen regelen. Natuurlijk mogen we in de tussentijd onze leden niet in de kou laten staan. Ik geef hem dan ook de informatie mee die op onze website onder Mijn NVVE te vinden is, met het verzoek om daar kritisch naar te kijken. Deze versie ga ik binnenkort ook met de Medische Adviesraad bespreken.  Wat er nu staat lijkt mij erg ingewikkeld voor onze leden. Gelukkig vindt ons Adviescentrum dat ook, want er wordt nu gekeken naar een helderder opzet van de alternatieve methoden voor zelfeuthanasie.

Palliatieve zorg
Op donderdag hebben we onze eerste lunchbijeenkomst, die ik weer in ere heb hersteld. Alle medewerkers van kantoor zijn aanwezig om een terugkoppeling te krijgen van het bezoek dat medewerkers van het Adviescentrum hebben gebracht aan het congres van het VUmc over palliatieve zorg. Een onderwerp waar we in de toekomst nadrukkelijker op willen focussen, omdat het deel uitmaakt van alle vraagstukken rond het levenseinde. Met elkaar vinden we het belangrijk om vaker inhoudelijke onderwerpen op de agenda te hebben, in dit geval konden we het ook koppelen aan casuïstiek van leden die met dit onderwerp te maken hebben gehad.     

De Dokter en de Dood
Samen met Krista en Annemarie bezoek ik aan het eind van de dag het 2e congres van de KNMG over de Dokter en de Dood, waar weer 450 deelnemende artsen aanwezig zijn. Onze bijzonder hoogleraar Kwaliteit van de laatste levensfase en van sterven, Suzanne van de Vathorst, houdt de eerste speech. Mooi om haar vanuit een wetenschappelijke kijk op het onderwerp te horen praten over euthanasie, waarbij ze ook regelmatig refereert aan de inzet van de NVVE en de Levenseindekliniek. Aan het eind van de avond sluit Bert Keizer de avond af met het onderwerp ‘angst bij de dokter die euthanasie uitvoert’. Een serieus onderwerp dat in de praktijk vaak voorkomt en waar wij als organisatie onze ogen niet voor mogen sluiten. Bert sluit af met een kwinkslag over het onderwerp lijden en religie bij palliatieve sedatie. De protestantse aanpak is 6 keer 5 milligram, de katholieke 6 keer 20 milligram morfine om de pijn in de stervensfase te bestrijden. Humor en de dood, het mag van de zaal met dokters.

Ontvang onze nieuwsbrief

Deel dit item: