Een goede samenwerking tussen arts, de patiënt en zijn naasten vergroot de kans dat de euthanasiewens van mensen met dementie wordt gehonoreerd. Maak het daarom vanzelfsprekend dat naasten worden betrokken bij een euthanasieverzoek. Dat is een van de adviezen die de NVVE heeft gegeven aan artsenfederatie KNMG, die werkt aan een visie euthanasie bij gevorderde dementie.

Versterken positie naasten cruciaal bij euthanasiewens dementiepatient

De NVVE adviseert haar leden die euthanasie willen altijd het verzoek in te dienen voordat ze wilsonbekwaam worden, maar komt ook op voor de belangen van mensen bij wie dat niet is gelukt. De euthanasiewet biedt de mogelijkheid voor euthanasie bij dementie, óók bij een inmiddels wilsonbekwame patiënt. In de praktijk blijkt echter dat euthanasie bij een wilsonbekwame patiënt nauwelijks voorkomt, ook al heeft de patiënt zijn euthanasiewens in een wilsverklaring opgenomen.

Op dit moment is het nog niet vanzelfsprekend dat naasten worden betrokken bij een euthanasieverzoek. De NVVE betoogt dat het stelselmatig en tijdig betrekken van naasten en het versterken van de driehoek tussen arts, patiënt en naasten kan helpen om euthanasieverzoeken bij dementie, óók bij wilsonbekwaamheid, te kunnen honoreren.

De richtlijn euthanasie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie  verdient wat de NVVE betreft navolging. In deze richtlijn wordt een actieve rol van patiënten én familie en naasten aanbevolen. Familie en naasten hebben een functie bij de afweging van het euthanasieverzoek, het lijden van de patiënt en de mogelijke alternatieven om het lijden te verlichten. Alleen bij hoge uitzondering kan worden afgezien van het betrekken van familie en naasten.

Laat de huisarts betrokken blijven bij verhuizing naar verpleeghuis
De NVVE vindt verder dat bij de overgang naar het verpleeghuis de huisarts bij het euthanasieverzoek betrokken zou moeten blijven. De huisarts kent de patiënt en zijn naasten en heeft de wilsverklaring ook met de patiënt besproken. Hierdoor heeft de huisarts een voorsprong op de verpleeghuisarts. Deze kennis helpt bijvoorbeeld bij de beoordeling of er sprake is van een situatie die de patiënt met zijn wilsverklaring op het oog had. Ook hebben huisartsen vaak beduidend meer ervaring met de familie van de patiënt. Daardoor is het voor de huisarts makkelijker om het gesprek over de euthanasie met de familie te voeren: er is een vertrouwensbasis en hij weet hoe de verschillende familieleden ten opzichte van elkaar staan.

Zorg voor extra ondersteuning huisartsen
Het ingaan op het verzoek tot euthanasie van mensen die inmiddels niet meer wilsbekwaam zijn vraagt aandacht, tijd en moeite van de (huis)arts. (Huis)artsen verdienen steun, tijd en een klankbord om dit goed te doen. Daarom zouden zij moeten kunnen beschikken over meer tijd voor de voorbereidende gesprekken met de patiënt en zijn naasten, een team van collega-artsen waarmee ze kunnen overleggen en over een verpleegkundige die hen steunt bij de uitvoering, net als bij de Levenseindekliniek het geval is.

Een enquête van de Radboud Universiteit onder 900 huisartsen bevestigt het beeld dat extra ondersteuning nodig is.

Verslag rondetafelgesprek van de KNMG
De KNMG heeft een verslag van het rondetafelgesprek op haar website geplaatst. Dit kunt u hier lezen: Rondetafel euthanasie bij dementie: ‘Wie, ik dood? Nee hoor dokter!’ 

Ontvang onze nieuwsbrief

Deel dit item:

We gebruiken cookies en andere technieken om uw bezoek aan onze site beter en makkelijker te maken. Maar dat betekent ook dat wij en andere partijen zoals Google meer over uw internetgedrag te weten komen dan u misschien fijn vindt.
Wilt u weten wat precies, kijk dan op onze 
Privacy- en cookieverklaring. En u mag natuurlijk altijd nee zeggen tegen cookies: dan werkt de site soms wat minder goed.