De Regionale Toetsingscommissies Euthanasie publiceerden op 14 oktober Oordeel 2020-88 over een uitgevoerde euthanasie bij vergevorderde dementie. Bij een man van 80 jaar die niet meer in staat was om zelf euthanasie aan te vragen of om een dergelijk verzoek te kunnen bevestigen. Daarom baseerde de arts zich in dit geval op de wilsverklaring van de patiënt. En die was bijzonder helder opgesteld, zo blijkt uit het oordeel van de toetsingscommissie:

“De commissie stelt vast dat in de wilsverklaring van de patiënt zeer gedetailleerd en concreet was omschreven onder welke omstandigheden patiënt euthanasie wenste. De arts gaf tijdens de mondelinge toelichting aan dat hij nog nooit een dergelijk duidelijke wilsverklaring had gezien. Mede gelet op de heldere wilsverklaring van patiënt, in combinatie met de verslagen van de arts en de consulent, is de commissie ervan overtuigd geraakt dat op het moment van de uitvoering van de levensbeëindiging sprake was van de omstandigheden die patiënt in zijn schriftelijke wilsverklaring had beschreven.” 

Nooit eerder zo duidelijk
Uit bovenstaande komt duidelijk naar voren dat de man zijn uitzichtloos en ondraaglijk lijden zeer goed had verwoord. Door zeer gedetailleerd en concreet te omschrijven onder welke omstandigheden hij bij deze voortschrijdende ziekte euthanasie wenste. En dat in het stadium van beginnende dementie. Om niet het volledige oordeel te citeren, hier een korte impressie:

‘Ik beschouw mijn leven als ondraaglijk als ik niks meer kan, weet, begrijp, in de war raak, kortom de controle verlies over mijn geestelijke vermogens. Dit beangstigt mij zeer, en brengt mij in het beginnende stadium van dementie waarin ik verkeer, nu al regelmatig in paniek en in opstand.  Samengevat beschouw ik het als mensonwaardig, uitzichtloos en ondraaglijk als ik in een dusdanige toestand van dementie terecht kom, waarbij in ieder geval maar niet uitsluitend:
• ik mijn verstandelijke vermogens kwijtraak danwel
• ik mijn naasten niet meer herken danwel
• Verdergaande ontluistering intreedt, zoals geen controle meer hebben over mijn bekkengebied, incontinentie, ik mijn dagelijkse verzorging niet zelf kan doen danwel
• Ik niet meer in staat ben om zelfstandig te eten of drinken en gevoerd zou moeten worden danwel
• Ik geen controle heb over mijn emoties en terugkerend agressief, angstig, depressief of zeer
emotioneel ben danwel
• Ik geen bezigheden meer uitvoer of kan uitvoeren, en daarmee voor mij de zin van in leven zijn wegvalt.
Wanneer ik in deze situatie terecht kom, verzoek ik mijn arts mij middelen toe te dienen of te geven waardoor ik mijn leven kan (laten) eindigen.
 

Oordeel bevestigt belang wilsverklaring
Wie nog in goede toestand verkeert,  kan zelf zijn arts om euthanasie vragen. Als iemands toestand verslechtert kan dat soms niet meer. Het schriftelijk verzoek kan dan het mondeling verzoek vervangen. Maar als de schriftelijke wilsverklaring onduidelijkheden bevat, kan de arts niet meer navragen wat er precies bedoeld wordt en zal hij voor de zekerheid de euthanasie niet uitvoeren. Hoewel euthanasie op basis van een schriftelijke wilsverklaring relatief vaak het oordeel ‘onzorgvuldig’ heeft gekregen, heeft deze euthanasie de toets van de commissies glansrijk doorstaan. Wat opnieuw bevestigt dat heldere wilsverklaringen zeer belangrijk zijn.


Belang wilsverklaring bij dementie bevestigd

Ontvang onze nieuwsbrief

We gebruiken cookies en andere technieken om uw bezoek aan onze site beter en makkelijker te maken. Maar dat betekent ook dat wij en andere partijen zoals Google meer over uw internetgedrag te weten komen dan u misschien fijn vindt.
Wilt u weten wat precies, kijk dan op onze 
Privacy- en cookieverklaring. En u mag natuurlijk altijd nee zeggen tegen cookies: dan werkt de site soms wat minder goed.