‘Niet behandelen is ook een optie!’ Zo luidde de titel van het NVVE symposium over het behandelverbod op 28 november in Ede. Dagvoorzitter Lex Bohlmeijer vertaalde het in ‘het goede gesprek over levenskunst’.

Niet behandelen is vaak de  juiste, maar ook moeilijke optie

In haar openingswoord gaf Agnes Wolbert (voorzitter van de Raad van Bestuur van de NVVE) aan dat het behandelverbod minder bekendheid geniet dan het euthanasieverzoek. Een reden te meer om het er met elkaar over te hebben, want de NVVE ontvangt veel schrijnende verhalen van nabestaanden. Daaruit blijkt dat de medische wereld is ingesteld op het doorgaan met behandelen, terwijl stoppen of niet beginnen vaak beter is, maar ook een moeilijker besluit blijkt te zijn.

Eugène Sutorius (voormalig hoogleraar Strafrechtswetenschappen en oud-voorzitter van de NVVE) zette daarop uiteen wat er precies in de wet staat over het behandelverbod. Hij noemde het een ‘defensief document’ dat uiteindelijk belangrijker is dan het verzoek om euthanasie. De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) gaat over de relatie tussen de cliënt en de zorgverlener. Daarin staan de rechten en plichten van mensen die zorg krijgen, waarbij voor zorgverleners geldt dat ze alleen mogen handelen als ze toestemming hebben van de cliënt. Dit recht kan volgens Sutorius gezien worden als het ‘leren sterven’. De patiënt neemt met het behandelverbod een standpunt in. Dit in tegenstelling tot het euthanasieverzoek waarin gevraagd wordt om een handeling van de arts. Tegelijk geldt dat de verklaring zonder een goed gesprek met de dokter en directe naasten niet kan werken. Sutorius wees er op dat het om een proces gaat waarvan men zich bewust moet blijven: ‘blijf erbij, want jíj bepaalt’. Tegelijk blijft de zorgplicht en de behandelingsrelatie overeind en zal de arts zich in moeten zetten zodat zijn patiënt het zo goed mogelijk blijft maken.

Reanimeren
In zijn betoog over het afzien van reanimatie stelde Hugo van der Wedden (verpleegkundige en medisch socioloog) vast dat sterven in de publieke ruimte vrijwel onmogelijk is zonder een begin van reanimeren. Gevoed door de media is de beeldvorming ook positiever dan de werkelijkheid. Uit zijn onderzoek blijkt dat de kwaliteit van sterven een onderbelicht thema is. Deels is dit te wijten aan de ‘angstcultuur’ in de verpleging en het feit dat reanimeren voor achterblijvers vaak beter voelt, zelfs zonder goed resultaat. Kennelijk heeft men daardoor het gevoel dat er in elk geval alles aan is gedaan. Terwijl er binnen het ziekenhuis minder gereanimeerd wordt, neemt reanimatie daarbuiten juist toe, met een stijgend succespercentage. Van der Wedden pleit voor duidelijke regels: altijd reanimeren, tenzij vooraf duidelijk is afgesproken dit niet te doen of als de arts, als die de patiënt kent, dit kansloos acht. Tussen regels en context bestaat altijd wrijving.

‘Niet alles wat kan hoeft’, luidde de inleiding van Gert van Dijk (filosoof en medisch ethicus, werkzaam bij artsenfederatie KNMG en het Erasmus MC). Hoewel de moderne geneeskunde tot steeds meer in staat is en die ontwikkeling veel goeds heeft gebracht, is er de keerzijde in de vorm van belastende overbehandeling. De arts wil de patiënt soms te graag helpen, waardoor het kan voorkomen dat iemand te lang doorbehandeld wordt. Van Dijk vraagt zich af waarom en ziet als oorzakelijke mechanismen onder andere het doodzwijgen van de dood en het feit dat opgeven geen optie mag zijn. Doen blijkt makkelijker dan laten en mede door de ‘coalitie van hoop’ van arts en patiënt is  er de drang om (te lang) door te gaan. Om dat te voorkomen zou er meer ruimte moeten komen voor de acceptatie van een naderend overlijden en zou de ziekte minder als strijd moeten worden gezien. Ofschoon er niet één specifieke oplossing en verantwoordelijke bestaat, pleitte Van Dijk voor het meer aandacht geven aan palliatieve zorg en het bespreekbaar maken van het levenseinde.

Eva Asscher (universitair docent medische ethiek) ging vervolgens nader in op beslissingen in de palliatieve fase en de rol daarin van de arts. Centraal staat de vraag: wat is goede zorg en wat zijn voorkeuren van de patiënt? Alleen het goede gesprek tussen arts en patiënt kan daarin duidelijkheid verschaffen. Voor beiden geldt dat dit gesprek moeilijk maar waardevol is. Maar wanneer vindt het plaats, hoe is het gestructureerd en welke actie vloeit daaruit voort? Asscher maakte duidelijk dat documenten in het medisch dossier en het regelen van een vertegenwoordiging daarbij van groot belang zijn.

Het plenaire deel werd afgesloten door Paul Smit (specialist ouderengeneeskunde, kaderarts palliatieve zorg en hospice arts) die onder de noemer ‘Dokter: Stop!’ in een aantal casussen – onder andere van een halfzijdig verlamde vrouw  die haar heup breekt - liet zien hoe het sterven eruit kan zien als je verdere behandeling weigert en hoe het mis kan gaan door ziekenhuisopname en een operatie. Smit kent als geen ander de kracht van het behandelverbod en weet hoe een heupfractuur vaak de knik in een levensloop vormt. Uit ervaring weet hij dat ook niet opereren meestal goed te begeleiden is door middel van pijnbestrijding en eventuele palliatieve sedatie. Zou het euthanasieverzoek ook kunnen gelden als behandelverbod, was zijn vraag aan de zaal. Veel bezoekers vonden van wel. Toch blijkt dit in de praktijk pas het geval als de patiënt zelf niet meer wilsbekwaam is.

Na de lunch waren er meerdere keuzesessies over onderwerpen als het bespreken van  levenswensen met de huisarts (door klinisch ethicus Eric van de Laar), het opstellen van het behandelverbod en ervaringen met het behandelverbod in het verpleeghuis (door Bert Keizer, arts bij het Expertisecentrum Euthanasie), waarna het symposium plenair werd afgesloten.

Klik hier voor de presentaties

Ontvang onze nieuwsbrief

Deel dit item:

We gebruiken cookies en andere technieken om uw bezoek aan onze site beter en makkelijker te maken. Maar dat betekent ook dat wij en andere partijen zoals Google meer over uw internetgedrag te weten komen dan u misschien fijn vindt.
Wilt u weten wat precies, kijk dan op onze 
Privacy- en cookieverklaring. En u mag natuurlijk altijd nee zeggen tegen cookies: dan werkt de site soms wat minder goed.