Voor het eerst sinds het bestaan van de euthanasiewet wordt een arts vervolgd vanwege een verleende euthanasie. De casus is complex: het betrof een door dementie wilsonbekwame vrouw waardoor zij haar euthanasieverzoek niet  meer mondeling kon herhalen. Haar schriftelijke wilsverklaring was echter niet kraakhelder en bevatte enkele verwarrende zinsneden.

De casus: euthanasie bij wilsonbekwame vrouw met onduidelijke wilsverklaring

Casus

Het ging om een vrouw van 74 met de ziekte van Alzheimer. Het verlies van geheugen en verlies van controle over haar leven maakte de vrouw angstig, verdrietig en onrustig. In de ochtend was ze relatief goed, maar ’s middags werd ze somber, emotioneel en huilerig en gaf ze aan dat ze dood wilde. Toen ze in een verpleeghuis werd opgenomen, omdat haar echtgenoot de zorg thuis niet meer kon volhouden, ging het steeds slechter. Zij probeerde de controle over haar leven terug te krijgen door zich te bemoeien met de bewoners en verzorgenden op de afdeling waar zij verbleef, en iedereen opdrachten te geven. Ze raakte echter gefrustreerd doordat medebewoners en verzorgenden niet reageerden zoals zij had verwacht, of zelfs boos reageerden. Dit putte haar uit en leidde tot enorme stress en huilbuien. 's Nachts kwam de vrouw nauwelijks tot rust. Zij miste haar man, waarvan ze nu gescheiden was, en doolde tot diep in de nacht rond op zoek naar hem. Ze bonkte dan op deuren en ramen en schopte tegen de muren. Het was voor iedereen evident dat ze leed. Vanaf het moment dat de vrouw wist dat ze dementie had, heeft ze vaak gesproken met haar huisarts over eventuele euthanasie, en ook een euthanasieverzoek op schrift gezet. In deze verklaring had ze vastgelegd dat ze niet in een ‘instelling voor demente bejaarden’ wilde komen en dat ze erop vertrouwde dat tegen die tijd euthanasie zou worden toegepast.

Schriftelijke wilsverklaring

Op enig moment was de ziekte dusdanig ver ingetreden dat deze vrouw niet meer in staat was de consequenties van euthanasie te overzien en hier een weloverwogen mondeling verzoek voor te doen. Voor euthanasie was de arts dan ook aangewezen op de schriftelijke wilsverklaring die de vrouw eerder had opgesteld. Volgens de wet  kan zo’n schriftelijk verzoek in de plaats treden van een mondeling verzoek. Hoewel veel mensen een schriftelijke wilsverklaring opstellen, functioneel ook als ‘bespreekdocument’ voor in de spreekkamer van de huisarts, komt het weinig voor dat een arts de euthanasie enkel op dit document baseert, er dus helemaal geen sprake is van een mondeling verzoek. Sinds 2002 is dit 18 keer gebeurd, waarbij het in 15 gevallen ging om een situatie van vergevorderde dementie. (De overige gevallen betroffen personen met afasie na een beroerte.) In drie van de gevallen van euthanasie bij gevorderde dementie oordeelde een RTE dat de arts niet overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen had gehandeld. Zo ook in dit geval.

Ontvang onze nieuwsbrief

Deel dit item:

We gebruiken cookies en andere technieken om uw bezoek aan onze site beter en makkelijker te maken. Maar dat betekent ook dat wij en andere partijen zoals Google meer over uw internetgedrag te weten komen dan u misschien fijn vindt.
Wilt u weten wat precies, kijk dan op onze 
Privacy- en cookieverklaring. En u mag natuurlijk altijd nee zeggen tegen cookies: dan werkt de site soms wat minder goed.